Posts

Afbeelding
VIERKRACHT (2)  Dat je lief jarig is, en dat je beseft hoe bijzonder dat is. Weer een jaar samen geleefd! Dat pakken ze ons niet af. Dat je naar een heerlijke plek gaat om dat met haar te vieren, en daar twee dagen wilt blijven. Dat dat niet lukt, omdat ze in de eerste nacht beroerd en misselijk wordt. Dat dat niet de eerste keer is, maar de zoveelste. Dat zij jou nog even vast pakt om je te troosten, notabene. Dat je dan samen naar huis rijdt, voortijdig, en dat zij grauw en ziek naast je zit, en jij de tranen voelt prikken. Dat je haar voorzichtig in bed legt. En haar kusjes geeft, en je hand even op haar voorhoofd legt.  Dat je dan tegen haar fluistert dat ook deze keer weer voorbij gaat. Heus. Dat ze vanavond, of morgen, waarschijnlijk wel weer langzaam opknapt. Dat je uitkijkt naar het moment waarop je een bouillonnetje voor haar kunt maken.  En dan knijpen jullie in elkaars hand en zeggen tegen elkaar dat je in elk geval die ene dag hebt gehad. Die pakken ze jullie niet af.  
Afbeelding
NOWHERE SPECIAL We waren naar de film. Een zwoele avond was het, zo’n echte, waarop het zindert op de propvolle terrassen en er een lauwwarm windje langs je wang strijkt. Het was rustig in de bioscoopzaal, iedereen zat buiten. Wij dus nog even niet. We keken naar Nowhere Special, het verhaal van een alleenstaande vader (John) die vanwege een ziekte niet heel lang meer te leven heeft, en daarom voor zijn vierjarige zoontje Michael op zoek gaat naar een fijn adoptiegezin. Voor later.   Nowhere Special is een juweel van een film, vooral omdat alles wat groot en heftig is er ontroerend klein in verteld wordt. Geen breed uitgesponnen ziekenhuis scènes met bedrukt kijkende artsen. Geen nadruk op symptomen en kwalen, geen melodrama. In plaats daarvan: één zwijgende scène in een wachtkamer, één gefrustreerde trap tegen de zijkant van een auto (oké vooruit, het waren drie trappen, maar wel in één uitbarsting), en een paar hints naar wat er mis aan het gaan is met John: een oog dat even raar doe
Afbeelding
VIERKRACHT (1) Dat je op de terugweg van de vakantie alweer fantaseert over de volgende.  Dat je allebei blij wordt van bermen die barsten van het geel-paars-blauw-oranje-wit van bloemen.   Dat zij een onovertroffen cappuccino voor jou maakt. En daarna nog een. Dat je haar hoofd tussen je handen houdt.  Dat je tegelijk ‘wauw’ zegt met je ogen dicht, na je eerste slok van die heerlijke Primitivo.  Dat je regelmatig eigen teksten verzint op de wijs van bekende levensliederen en ABBA hits. En die dan het liefst tweestemmig zingt. Dat je steeds weer opnieuw kippenvel krijgt van de lage tonen van Karen Carpenter en de piano solo in This Maquerade. Dat je zo vaak als het kan een kort dansje door de kamer maakt, bij voorkeur de rumba of de chachacha, maar een goeie ouwe foxtrot is ook nooit weg. Dat je de tafel feestelijk dekt, voor twee of meer. Dat je de glazen half vol houdt. Dat je het goed hebt met je vrienden.  Dat je je adem inhoudt als je reeën ziet, op het pad achter de tuin van jull
Afbeelding
GELUKSVOGEL Vaak loop je lekker, soms loop je lelijk. De ene keer veer je soepeltjes de ene na de andere kilometer uit je schoenen, en waan je je de lange afstandsversie van Daphne Schippers op een goeie dag. De andere keer zie je jezelf weerspiegeld in een raam waar je moeizaam langs zwoegt en denk je: pfff…, loop ik zó? Wat vreselijk, ik lijk wel …A) een moedeloze pony op een zieltogende kinderboerderij B) een slome aangetrouwde nicht van Daphne Schippers, van wie je ook direct ziet dat het geen familie is C) een gedesoriënteerde vrouw van middelbare leeftijd die wel een reality check kan gebruiken, en misschien ook een keer een nieuwe sport BH. Voor de goede orde: waar ik hier ‘je’ schrijf, bedoel ik ‘ik’.  Al naar gelang mijn stemming kies ik in dit soort situaties één van bovenstaande opties. Of ik kies D: ‘anders, namelijk…’ En dan bedenk ik iets wat nóg erger is. Meestal kom ik na zo’n lelijk loopje puffend thuis. Soms nog wel een beetje blij dat ik het heb afgemaakt, maar voora
Afbeelding
BLESSURETIJD Drie korte schetsen:  Eén: mijn meest recente blessuretijd duurde ongeveer twee weken. Ik kreeg last van m’n scheenbeen, een bekend fenomeen onder hardlopers en wandelaars. Ik had het al eens eerder gehad en was toen (letterlijk) best lang uit de running. Gelukkig viel de schade deze keer mee. Kwestie van op tijd een hardlooppauze inlassen en dapper aan de slag met ice-packs. Dat scheenbeengedoe heet trouwens ‘shin splints’. Ik vind dat klinken als de naam van een bandje (Suzie & The Shin Splints), of een cocktail (Shin Splint on the rocks) of een aanbieding van de Gamma (nu alle shin splints halve prijs). Maar goed, hoe het ook klinkt, het is gewoon een naar ding in je scheenbeen. En ik kom deze keer goed weg. Twee: Rommy’s blessuretijd duurt inmiddels zo’n vijf jaar. Vanaf het voorjaar van 2017 kreeg ze steeds meer last van pijn in haar bekken en rug. Ze was al eens eerder ziek geweest en dat was pittig, maar deze keer was de schade helaas nog groter. Kwestie van pec
Afbeelding
VROUWENMANTEL Laatst hoorde ik op TV iemand het woord ‘mantelverzorger’ gebruiken. Ze bedoelde ‘eigenlijk ‘mantelzorger’, tenminste, dat denk ik, want de jonge vrouw op wie het woord sloeg vertelde over haar zieke moeder voor wie ze al jaren zorgde. Dat deed ze terwijl ze meeliep in De Passion (het vertellen, niet het zorgen voor haar moeder), en degene die haar ‘mantelverzorger’ noemde was de kloeke verslaggever ter plaatse, die met een IPad in de hand en gehuld in een hippe trenchcoat diepte interviews hield met mensen die het neon-witte kruis plechtig door het centrum van Doetinchem droegen. Affijn, de Passion, veel mensen vinden het een mooi ding, blijkbaar. Helemaal goed. Ik vind mantelverzorger gewoon een heel goed woord. Want, punt één: ‘mantel’ is sowieso een mooi klassiek, wat ouder woord voor ‘jas’. Daar hou ik van, van mooie, klassieke, wat oudere woorden. Woorden voor dingen die er niet meer zijn, of volkomen veranderd, of simpelweg voorzien van een modernere naam. Door het
Afbeelding
DE SCHILDPAD EN DE HAZEN De Griekse schrijver Aesopus was de Toon Tellegen van de oudheid. Hij schreef een hele serie fabels, en de oude Grieken smulden er van: de Vos en de Bok, de Krekel en de Mier, de Vos en de Druiven, en misschien wel zijn bekendste: de Schildpad en de Haas. Die twee besluiten om een wedstrijdje te rennen. De haas (arrogant typje) is ervan overtuigd dat ie met twee poten in zijn neus gaat winnen. Toch is het uiteindelijk de schildpad die als held én als eerste over de finish komt. Aan dat verhaal dacht ik, toen ik een week geleden de halve marathon liep (‘marathon’, ook al zo’n mooie erfenis uit de oudheid…).  Stel je voor: de VIB-loop rondom de Maarsseveense plassen, een leuk en bescheiden hardloop evenement. De meeste mensen liepen daar de 10 of de 5 km, en een klein groepje – daar zat ik bij - stortte zich op de halve marathon. Al bij de start kreeg ik het gevoel dat ik qua ‘profiel’ wat afweek van wat ik om me heen zag. Ik ben 54, loop deze afstand voor het ee