
HERSTELRECHT ‘Kom maar gauw liefje, het is niet goed’. Ze klinkt ontdaan. Het is woensdag, begin oktober. Ik had haar gebeld om te vragen of ik nog iets voor haar mee kon nemen, ik zou zo op de fiets stappen naar het ziekenhuis. Daar ligt ze sinds een paar dagen, verzwakt en uitgeput. Er is een scan gedaan, eerder dan gepland. ‘Ik heb net de uitslag al gehoord’, zegt ze. ‘Hè?’, zeg ik. We zouden die uitslag vrijdag pas krijgen, van de oncoloog. ‘De zaalarts zei dat er uitzaaiingen zitten in de lever. En in het buikvlies, waar het al fout zat, gaat het ook steeds verder mis’. De zaalarts dus. Een joviale veertiger die even daarvoor haar kamer was binnengelopen, vertelt ze. ‘De uitslagen zijn er al hoor, wilt u ze horen?’, had hij gevraagd. Mijn lief was erdoor overvallen, maar zijn luchtige toon maakte dat ze had geantwoord dat ze dat wel wilde. Hij klonk alsof hij goed nieuws in petto had. ‘En nu dan?’, stamelde ze, na het verhaal dat bepaald geen g...